Het nocebo-effect
Siebe: “Als jongere zie je dromen wegvallen of die dreigen weg te vallen. Je verliest iets. Je gaat door een rouwproces.”
Mirthe vult aan: “Iedere keer moet je beseffen dat iets gewoon niet goed lukt. Bijvoorbeeld werk. Accepteren dat je geen veertig uur kunt werken. Elke keer jezelf herpakken.”
Siebe: “Het herpakken is dan onderdeel van je leven. Je kunt niet voorkomen dat je af en toe neergaat. Door weer snel op te krabbelen, word je daar ook goed in. Vraag je omgeving je daarbij te helpen. Zo kun je er iedere keer gemakkelijker mee omgaan.”
“Vooral voor je eigen omgeving is het zwaar. Zij kunnen je alleen steunen, maar niet de pijn wegnemen”, weet Mirthe.
Siebe vult aan: “Daarom is het belangrijk dat je het uitlegt. Want dat bepaalt ook hoe goed zij je tot steun kunnen zijn. Voel je je bijvoorbeeld slecht, dan kunnen zij voor je koken. Voel je je ietsje beter, dan kun je de boodschappen doen en koken zij. Of je doet allebei als je echt goed voelt. Voor jezelf is het al moeilijk te bepalen wat kan, laat staan voor hen. De omgeving loopt altijd een stap achter.”
Wat je moet voorkomen, is dat mensen steeds opnieuw vragen naar je ziekte. Want dan krijg je het nocebo-effect. Het tegenovergestelde van placebo. Siebe legt uit wat dat betekent: “Dit zorgt ervoor dat je zenuwstelsel gevoeliger wordt door die vraag. Het roept stress op. Die stress neemt toe. Je wordt heel erg moe. De pijn wordt groter, want die vraag naar je ziekte roept dat op in je hersenen.”
Mirthe weet hoe ze met die vraag om moet gaan. Zij kan daarom beter voorkomen dat die vraag haar raakt. Siebe: “De clusterhoofdpijn gaat niet weg, maar het kan minder zwaar voelen.”