- Hoe helpen jullie studenten met een chronische ziekte?
“Het is altijd maatwerk. Geen enkele chronische ziekte en geen enkele student is gelijk. Hoe we kunnen helpen, is dus afhankelijk van de situatie. Het lesprogramma samenstellen doet de student samen met de coach. We kijken naar wat haalbaar is. Bijvoorbeeld hoeveel dagen lukt het om naar school te gaan? Welke vakken mag je absoluut niet missen? Hoe zorgen we ervoor dat de student die vakken goed kan volgen? We maken een passend programma dat voldoet aan de eisen van het diploma. We kijken daarbij ook naar de mensen om de student heen, het sociale netwerk: wat kunnen zij doen?”
- En als studenten op stage gaan, wordt dit dan ook maatwerk?
“Bij een chronische ziekte als hoofdpijn, kan dat best lastig zijn. Omdat je bijvoorbeeld bij clusterhoofdpijn niet altijd weet wanneer je een aanval krijgt. Stel dat die aanvallen vooral in de middag komen. Dan kunnen we daar rekening mee houden. Daar kijken we samen met het stagebedrijf en de student naar. Je kunt bijvoorbeeld minder uren op een dag maken. En tijdens de zomervakantie langer door gaan.
Vanuit school kijken we ook naar de toekomst. Je hebt weinig aan je diploma, als het werk, bijvoorbeeld in de zorg, te zwaar is. Dan kunnen we beter kijken welke opleiding wel goed past. Ook om teleurstellingen te voorkomen.”
- Hebben jullie op school faciliteiten voor bijvoorbeeld mensen met chronische migraine?
“Landstede heeft verschillende locaties. Op deze locatie is die vraag om bijvoorbeeld een donkere kamer niet gesteld. In zo’n kamer kunnen mensen met migraine even rusten. Wat ik me kan voorstellen is dat we daarvoor bij de opleiding Verpleegkunde een ruimte vrijmaken. Maar studenten met zware migraine zijn vaak een of twee dagen afwezig, dat kan hier gewoon.”
- Hoe gaan jullie om met studenten die door hun chronische ziekte vertraging oplopen?
“Voor het krijgen van een diploma moet een student voldoen aan bepaalde eisen. Dat staat voorop. Uitzonderingen bespreken we met de examencommissie. Een student kan bijvoorbeeld tijdens een kortere stage toch een ontwikkeling laten zien. De commissie beoordeelt dan of zij hiervoor een vrijstelling geeft. Hoe dat in de praktijk eruitziet, is afhankelijk van de individuele situatie. Daar hebben we geen ontwerp voor.”
- Landstede heeft een practoraat ‘Gezondheid, sport en bewegen’, wat houdt dit in?
“Een practoraat is een kenniscentrum binnen het mbo waarin praktijkgericht onderzoek, onderwijs en werkveld samenkomen. In ons practoraat ligt de focus op Gezondheid, Sport en Bewegen.
Wij doen onderzoek naar wat binnen het MBO op dit vlak mogelijk is, en waar studenten behoefte aan hebben. Studenten wilden een actieve schooldag, dus niet de hele dag zitten. Bijvoorbeeld meer afwisseling op de dag. Zelf heb ik onderzoek gedaan naar mogelijke middelen op het gebied van Positieve Gezondheid.”
- Denken vanuit het begrip Positieve Gezondheid kan mensen met een chronische ziekte helpen. Hoe zie jij dat?
“Het gaat erom dat mensen beseffen dat zij invloed hebben op hun leven. In welke situatie dan ook. Door de keuzes die je maakt en de gevolgen daarvan. Misschien doe je zes jaar over je opleiding in plaats van vier, maar kun je zo wel je diploma halen. Of kost het vinden van passend werk veel meer tijd, maar is het wel een fijne baan. Positieve gezondheid is een beetje misleidend in dit geval. Want de pijnen blijven. Maar door je eigen invloed te gebruiken, kan het meer dragelijk worden.”
- Jongeren schamen zich vaak voor wat ze niet kunnen. Hoe gaan jullie daarmee om?
“Vaak heb ik zelf een gesprek met studenten daarover. We vullen dan samen het positieve gezondheidsschema in. Daaruit blijkt welke eerste stappen kunnen helpen. Als docenten zijn wij ook open over wat ons helpt. Het is moeilijk om je uit te spreken. Dat geldt voor iedereen, omdat je bang bent dat mensen het raar of gek vinden. Docenten stellen zich daarom kwetsbaar op. Zo creëren we veiligheid om het wel te doen. Want je blijven verzetten tegen een bepaalde situatie, maakt het vaak nog lastiger. Je kunt sommige zaken niet wegdenken, wel accepteren.”
- Kunnen studenten met chronische ziekten een beroep doen op hun medestudenten?
“Soms helpt het als je een maatje hebt in de klas. Iemand met wie je goed overweg kunt en die vaak op school is. Die kan aantekeningen doorgeven en je van alles op de hoogte houden. Wij hebben daarnaast ook een langdurig maatjesproject. Oud-docenten bijvoorbeeld, die als vrijwilliger jongeren begeleiden op verschillende gebieden.”
- Wat zou jij studenten voor praktische tips willen meegeven?
“Deel je verhaal. Dan ervaar je dat je niet alleen bent. Mensen zien alleen de buitenkant. Als je bijvoorbeeld veel afwezig bent, wordt duidelijk waarom. Delen leidt ertoe dat mensen je horen en zien. Het is vaak een zoektocht naar wat werkt.”
- Jongeren met chronische hoofdpijnen hebben vaak het idee niet serieus te worden genomen. Hoe kijk jij daartegenaan?
“Het begint met studenten altijd serieus te nemen. Waar zijn ze het meest mee geholpen? Is het ondanks alles beter om naar school te gaan en structuur te behouden? Of helpt het juist om andere stappen te zetten? Dat kunnen de jongeren het beste zelf bepalen. Wat helpt hen om hun studententijd succesvol te doorlopen? Want zij ervaren de pijn. Vertel het ons en dan kijken we samen naar wat mogelijk is.”